Ervaringen

Hieronder staan een aantal ervaringen van cliënten.
Cliënt 22 jaar (Colitis Ulcerosa)

Op mijn 17e werd Colitis Ulcerosa bij mij geconstateerd. Ik heb me altijd erg alleen gevoeld, hoewel ik liefdevolle mensen om me heen heb die van me houden. Ik besloot met deze klacht een sessie te doen bij Marion. Tijdens de sessie gingen we via mijn onderbewustzijn terug naar het moment waar dit gevoel van alleen zijn is ontstaan. Ik vond het heel spannend, maar Marion stelde me gerust en steunde me tijdens de sessie. We komen in de baarmoeder terecht, waar blijkt dat ik een tweelingbroertje heb gehad. Toen we drie maanden in de baarmoeder zaten, ben ik hem verloren… (Vanishing Twinsyndrom) Het gevoel van alleen zijn dat ik daar voel, herken ik meteen als het gevoel van alleen zijn dat ik nu ook zo voel. We werken deze pijnlijke gebeurtenis samen door. Ik haal mijn energie terug en alles gaat meteen naar mijn buik. Het resultaat van deze sessie is dat ik, ondanks de verwachtingen van artsen, al vijf jaar geen aanval van Colitis heb gehad, door alle energie die ik in deze sessie terug heb gekregen.


Cliënt 50 jaar wil werken aan "ik doe het weer niet goed"

Ze wil werken aan “ik doe het weer niet goed”. Deze cliënte heeft al vaker sessies gedaan. Als ik wat moet vertellen in een groep, ontstaat er een soort angst of zelfs paniek, een soort angst voor afwijzing, dat ik kritiek krijg of het niet goed doe.
We gaan via het onderbewustzijn terug naar de situatie waar het is begonnen. Ik zie een beeld van mijn vader. Mijn vader kijkt boos. Het is een boosheid over het leven. Hij had bepaalde verwachtingen van mij. Dat ik het beter zou doen dan hij in alles.
Bij de herhaling “zie je wel, ik doe het weer niet goed” word ik heel verdrietig. Deze zin hoort bij mijn vader. We halen zijn ouders erbij. Deze zin hoort bij hun allebei.

We gaan op zoek naar een volgende ervaring. Het is een herinnering op 5-jarige leeftijd, waarbij ik iets niet goed heb gedaan in de ogen van mijn vader, want hij zegt dat ik het goed heb gedaan, maar ik voel dat hij liegt. Daardoor krijg ik het gevoel dat ik het weer niet goed heb gedaan.
Daarna kom ik in een situatie waarin mijn moeder mijn zusje (3) en mijzelf (5) wegstuurt naar mijn opa en oma die een boerderij hebben. Mijn zusje zakt door het rotte deksel van de gierkelder en ik weet haar er nog net op tijd uit te halen. Als ik haar terug breng naar huis is mijn moeder boos, omdat haar plan om ons kwijt te raken, is mislukt. Ik heb het niet goed gedaan, want ik krijg straf omdat ik niet goed heb opgelet. In deze situatie is er een deel van mijzelf uitgegaan.

Mijn vormsel 12 jaar. Hier gebeurt hetzelfde als in de vorige situatie, alleen is het dit keer mijn neef die er met zijn benen doorzakt. Ook nu weer gaat er een deel van mijzelf uit. Tijdens de sessie blijkt dat er daar ooit iemand is verdronken in die gierput. Deze man helpen we om terug te gaan naar zijn ziel na energiewerk met deze man gedaan te hebben.

Er komt elke keer een gedachte binnen, overal doorheen “jullie moeder wilde jullie kwijt, dan was ze mooi van jullie verlost”. Die gedachte blijkt van mijn oma te komen (hier gaan we in een aparte sessie naar kijken).

Ik trek als 5-jarige de conclusie: het leven is gevaarlijk. Dat heeft ook te maken met dingen die daarvoor al zijn gebeurd, waardoor ze zich niet veilig voelt. De conclusie is nu: het leven vereist soms een bepaalde alertheid. Dat deel wat eruit is gegaan als 5-jarige heeft ook te maken met dingen weten. We praten met dat deel van de 5-jarige dat eruit is gegaan en kunnen het daarna weer integreren.

Bij de 12-jarige is de overtuiging ontstaan “zie je wel, als ze naar me geluisterd hadden, was dit niet gebeurd”. Deze overtuiging loopt als een rode draad door mijn hele leven. We nemen, om te kijken hoe het voelt, de overtuiging “zie je wel, als ik naar mezelf had geluisterd dan was dit niet gebeurd” (in relatie tot het negeren van mijn eigen weten en voelen).
De overtuiging “zie je wel, als ze naar me geluisterd hadden, was dit niet gebeurd” verander ik in “ik kan vertrouwen op mezelf, op mijn gevoel, op mijn helder weten, daar kan en mag ik op vertrouwen en het is goed zoals het is”.

We laten mijn ouders en grootouders binnenkomen voor de 5-jarige en gaan energiewerk doen. Wat ik nog kwijt ben geraakt is “het kijken naar mijn vader”. Ik heb mijn vader altijd op een voetstuk gezet. Dat vertroebelt. Dat is op 5-jarige leeftijd gebeurd, omdat hij het voor me opnam. Er zit een bril op mijn ogen. Een gekleurde bril. Ik zet hem af en zie een vader met heel veel boosheid en teleurstelling, ambities. Hij had mij moeten beschermen tegen mijn moeder. Die bril hoort bij mijn levenspad, om het vol te kunnen houden. Om mij door mijn jeugd heen te helpen. Hij hoort alleen bij mijn vader en die heb ik zelf gemaakt.


Cliënt 35 jaar, wil werken aan “ik mag niet boos zijn”

Ik onder de grond terecht. Ik ben levend begraven. Het is een indianenleven en we gaan terug naar een moment dat alles nog goed was. Ben een jongetje van 5 jaar, heel gelukkig, vredelievende stam, prima leven. Dat verandert op mijn 17e. Ben aan het paardrijden met mijn vriendin over de prairie. Op een bepaald moment voelt het niet goed om verder te gaan, maar ik negeer dat gevoel (alweer, schijnbaar ben ik hardleers, want dit kom ik vaker tegen in vorige levens) omdat mijn vriendin nog verder wil. Even later komen we vier ruiters tegen. Dit voelt niet goed en we draaien om, maar ze halen ons in. Worden van het paard getrokken. Mijn vriendin wordt verkracht en haar keel wordt doorgesneden. Ik voel me schuldig omdat ik haar niet kan helpen. Ik kan mijn woede en machteloosheid niet uiten en die gaan vastzitten in mijn lichaam. Ik moet mijn eigen graf graven en wordt er daarna voorover ingetrapt. Het duurt twee uur voordat ik uiteindelijk dood ben. Reden van deze actie: wraak op indianen, omdat hun vrouwen en kinderen zijn vermoord.

De link met dit leven is een 3-jarige die in een slagerij staat met haar moeder. Een vrouw met haar dochtertje komt binnen en het meisje omhelst de 3-jarige. Dit is al veel vaker gebeurd en ik erger mij hieraan. Ik word woedend en duw haar tegen een stelling waarin allemaal potten met groenten staan. Ik schrik hier zo van dat ik besluit “ik mag niet meer boos zijn”.

We doen energiewerk. De daders uit het vorige leven tonen berouw. Tijdens het energiewerk blijkt dat mijn vriendinnetje uit dat leven mijn jongste dochter in mijn huidige leven is. Nu begrijp ik waarom ik mijn hele leven zo beschermend naar haar ben geweest en bijna niet boos kan worden op haar, omdat ik dan bang ben om haar te verliezen. Het resultaat is dat ik nu gewoon lekker boos mag zijn en dat mag uiten.


Cliënt, 57 jaar, wil kijken naar het leven voor dit leven. Sessie 1

We beginnen met het moment dat ik net overleden ben en mijn ziel er pas uit is. Ik krijg een beeld van mij zelf, waarbij ik verdwaasd, verschrikt en in paniek om mij heen kijk. Wat heel apart aanvoelt is mijn strak gespreide vingers. We gaan terug naar een moment in dat leven dat alles nog goed is en gaan daarna voorwaarts het leven door. Als ik 6 jaar ben dan begin ik voor het eerst te voelen dat er iets niet klopt. Ik merk het bedrukte gevoel van mijn ouders, de mensen op straat, een situatie op school. Maar ik begrijp het niet en ik zie het niet! Vervolgens komen er een kind van 7 jaar. Mensen hebben het over oorlog. Wat is dat? Ik voel mij angstig en paniekerig. Vader komt op een raar tijdstip thuis en blijkt te moeten gaan vechten. Waarvoor dan? Gaat hij dood? Ik snap het niet. “Daar ben jij te klein voor” , zeggen mijn ouders. (Ook herkenbaar in dit leven, deze zin.) Ik voel mij klein, buitengesloten, eenzaam en boos wat mij meteen een soort kracht geeft van: “dan ga ik mijn eigen gang wel”. Papa komt ongeoorloofd weer thuis, ik ben 7½, en hij wil niet aan de oorlog meedoen. Hij moet vluchten. Dat is de tweede keer dat hij ons in de steek laat. Het geeft een onveilig gevoel, angst en dat ik niemand kan vertrouwen. Op school en thuis (2x) komt een militair naar mijn vader vragen. Dan ben ik 8. We weten niets van mijn vader. Ik voel doodsangst, chaos, verwarring. We vluchten naar een andere plaats. Maar daar wordt ik meegenomen, ben dan 10 jaar, tijdens een razzia terwijl moeder niet thuis is.

Alle energie uitgewisseld van de vele ladingen van de kinderen, moeder, vader en de militair. Ook ladingen van groepen mensen/kinderen verwijderd.

We kijken hoe het gif van het gas heeft doorgewerkt in mijn huidige leven. Ik zie mijn lichaam “vergeeld”, alsof alle organen verkeerd werken. Dat uit zich in huidige leven o.a. in misselijkheid, pijn in rechterzij, rode puntjes op de huid, hoofdpijnen, bril dragen. Het “vergalt” mijn leven. Geestelijk heeft het er voor gezorgd dat ik door veel buiten spelen, sporten de emoties niet hoefde te voelen. “Gevlucht” ben uit huis naar sport, het buitenland, continu bezig ben mijn grenzen af te tasten, altijd zelf alles probeer op te lossen en door heel erg mijzelf te beschermen.

Op een plek van overzicht zie ik dat mijn vader de oorlog in de bergen heeft uitgezeten totdat het veilig was. Toen is hij weer teruggekeerd en vond mijn moeder. Van haar hoort hij over de militairen in de wijk en dat ik waarschijnlijk ben meegenomen omdat ze hem niet konden vinden. Zij liet mij ook in de steek. Ik ben woedend hierover en wil ze slaan, schoppen en scheld ze uit omdat ze mij de dood ingedreven hebben.

De ontlading is de enorme boosheid die ik voel over het in de steek gelaten zijn door beide ouders, tot 2x toe door mijn vader.


Cliënt, 57 jaar, wil kijken naar het leven voor dit leven. Sessie 2

We beginnen bij het regressiemoment waar ik als 6 jarige op school zit en de collectieve druk, dreiging voel van “er gaat iets gebeuren”, maar ik begrijp het niet en voel mij eenzaam, triest. Vervolgens de situatie thuis als 7-jarige met mijn ouders die hun gevoel en wat zij weten niet met mij delen. Ik voel dat. Mijn vader die naar het front moet maar deserteert. Een vrouw uit de buurt die ik ken blijkt een militair te zijn.

Energiewerk wordt collectief gedaan m.b.t. het dreigingsgevoel, “ons volk moet zuiver blijven”. Ladingen van mijn ouders gaan terug zoals: “dat voel je verkeerd”, “ik mag niks zeggen”. Gevoel dat niet bespreekbaar is, ik mag mijzelf niet zijn is ook herkenbaar in mijn huidige leven en geef ik terug aan het familiesysteem. Mijn ouders proberen mij voor de gek te houden wanneer vader naar het front moet. Ik voel mij boos, radeloos, klein, eenzaam en buitengesloten. Ze vinden mij hier: “te klein voor”. Ook herkenbaar in huidige leven. Vrij kunnen spreken zonder remmingen, vertrouwen in eigen intuïtie, ik ben groot genoeg, positiviteit en ontspanning haal ik terug. Energiewerk gedaan met het meisje uit het kamp. Zenuwstelsel, spier spasmen, organen, gifgas, misselijkheid eruit en vervolgens alles herstelt. Ook energiewerk gedaan met ouders uit huidige leven waar de zelfde ladingen/postulaten als in het direct vorige leven aan de orde waren.

Er is ontlading wanneer ik via een pijnscheut in mijn rechterknie bij de vrouw kom die heeft gezegd: “ons volk moet zuiver blijven”. Haar ken ik uit mijn omgeving, maar dan blijkt zij ook militair te zijn en krijg ik een schop van haar wanneer ik in de vrachtwagen geladen wordt. De trap geef ik haar terug met de verstarring die ik ervaar, energie uitwisseling.

Psychisch heeft het feit dat mij niets verteld werd en gezegd werd: “daar ben jij te klein voor”,doorgewerkt in de vorm van: dat ik mijn eigen gang ging. Daardoor niets durfde te vragen, mij eenzaam voelde, maar angst, boosheid en verdriet er niet mochten zijn en ik die dus niet toeliet om mij staande te houden, te overleven. “Ik mag mijzelf niet zijn”. Mijn vader legt mij verantwoordelijkheid op mijn schouders door te zeggen: “zorg goed voor je moeder”. Ook in mijn huidige leven is dit alles heel herkenbaar. Beide levens zijn op diverse manieren erg verweven met elkaar. Geen vertrouwensband of gevoel met mijn ouders. Fysiek heeft het doorgewerkt door pijnen, migraine weg te drukken bij bijvoorbeeld sporten, blessures, werken. Zolang mogelijk doorgaan, hard werken, niet naar mijn lichaam luisteren want dat kende ik niet.

In het nagesprek hebben we het er over gehad hoe enorm verweven mijn huidige leven met het direct vorige leven is/was op allerlei vlakken. In het vorige leven zeg ik: “Ik mag mijzelf niet zijn”. En in mijn huidige leven zeg ik: “Ik ben al mijn hele leven mijzelf niet”. Dit geeft nog steeds veel verdriet. Deze sessie wordt vervolgd.

We beginnen bij het regressiemoment waar ik als 6 jarige op school zit en de collectieve druk, dreiging voel van “er gaat iets gebeuren”, maar ik begrijp het niet en voel mij eenzaam, triest. Vervolgens de situatie thuis als 7-jarige met mijn ouders die hun gevoel en wat zij weten niet met mij delen. Ik voel dat. Mijn vader die naar het front moet maar deserteert. Een vrouw uit de buurt die ik ken blijkt een militair te zijn.

Energiewerk wordt collectief gedaan m.b.t. het dreigingsgevoel, “ons volk moet zuiver blijven”. Ladingen van mijn ouders gaan terug zoals: “dat voel je verkeerd”, “ik mag niks zeggen”. Gevoel dat niet bespreekbaar is, ik mag mijzelf niet zijn is ook herkenbaar in mijn huidige leven en geef ik terug aan het familiesysteem.
Mijn ouders proberen mij voor de gek te houden wanneer vader naar het front moet. Ik voel mij boos, radeloos, klein, eenzaam en buitengesloten. Ze vinden mij hier: “te klein voor”. Ook herkenbaar in huidige leven. Vrij kunnen spreken zonder remmingen, vertrouwen in eigen intuïtie, ik ben groot genoeg, positiviteit en ontspanning haal ik terug. Energiewerk gedaan met het meisje uit het kamp. Zenuwstelsel, spier spasmen, organen, gifgas, misselijkheid eruit en vervolgens alles herstelt. Ook energiewerk gedaan met ouders uit huidige leven waar de zelfde ladingen/postulaten als in het direct vorige leven aan de orde waren.

Er is ontlading wanneer ik via een pijnscheut in mijn rechterknie bij de vrouw kom die heeft gezegd: “ons volk moet zuiver blijven”. Haar ken ik uit mijn omgeving, maar dan blijkt zij ook militair te zijn en krijg ik een schop van haar wanneer ik in de vrachtwagen geladen wordt. De trap geef ik haar terug met de verstarring die ik ervaar, energie uitwisseling.

Psychisch heeft het feit dat mij niets verteld werd en gezegd werd: “daar ben jij te klein voor”,doorgewerkt in de vorm van: dat ik mijn eigen gang ging. Daardoor niets durfde te vragen, mij eenzaam voelde, maar angst, boosheid en verdriet er niet mochten zijn en ik die dus niet toeliet om mij staande te houden, te overleven. “Ik mag mijzelf niet zijn”. Mijn vader legt mij verantwoordelijkheid op mijn schouders door te zeggen: “zorg goed voor je moeder”. Ook in mijn huidige leven is dit alles heel herkenbaar. Beide levens zijn op diverse manieren erg verweven met elkaar. Geen vertrouwensband of gevoel met mijn ouders.
Fysiek heeft het doorgewerkt door pijnen, migraine weg te drukken bij bijvoorbeeld sporten, blessures, werken. Zolang mogelijk doorgaan, hard werken, niet naar mijn lichaam luisteren want dat kende ik niet.

We integreren alle innerlijke kinderen die last hadden van de beladen zinnetjes van mijn moeder. En de innerlijke kinderen die last hadden van het woord “snotneus” en de beladen zinnen hierover van mijn vader uit mijn huidige leven.

In het nagesprek hebben we het er over gehad hoe enorm verweven mijn huidige leven met het direct vorige leven is/was op allerlei vlakken. In het vorige leven zeg ik: “Ik mag mijzelf niet zijn”. En in mijn huidige leven zeg ik: “Ik ben al mijn hele leven mijzelf niet”. Dit geeft nog steeds veel verdriet. Deze sessie wordt vervolgd.


Cliënt, 57 jaar, wil kijken naar het leven voor dit leven. Sessie 3

We vervolgen de sessie vanaf het moment dat ik uit huis wordt gehaald en in een legervrachtwagen word gezet door soldaten. Er zitten meer mensen in. Ik voel angst, tril, ben 10 jaar en begrijp er niks van wat er gebeurt. Ik trek mij helemaal terug in mijzelf om maar niet te hoeven voelen, voelt raar.

We werken de situaties door van de reis, de aankomst in wat Auschwitz lijkt, hoe ik het daar ervaar en alles wat er gebeurt. “Het is hier niet leuk.” Ik zit heel erg in mijzelf en heb angst, verdriet. Ik ervaar doodsangst wanneer ik seksueel benaderd word door een soldaat en vooral verdriet, omdat ik voor het eerst zo mijn eigen angst voel en de eenzaamheid zonder mijn ouders. Mensen proberen mij te beschermen, maar dat haalt uiteindelijk niets uit. Om minder op te vallen, voor mijn gevoel, help ik in de keuken en help mensen met eten. Ik krijg beweging, er is bedrijvigheid en ik maak onderdeel uit van een geheel in die keuken. Dit geeft een soort schijnveiligheid. Dan wordt ik met veel andere meisjes in een barak ondergebracht voor het seksuele vertier van de soldaten. Ook zie ik dat alle meisjes kaalgeschoren zijn en realiseer mij dat ook ik een kaal hoofd heb. Het is een shock en voelt minderwaardig, vreselijk! Tijdens het seksuele vertier van de soldaten met misbruik op allerlei manieren voel ik mij vies, vernederd, naar, glad, mijn bekken verstijfd, mijn lust wordt mij ontnomen, walging en wat een verdriet, dit mag helemaal niet! Hiervoor ben ik nog véél te klein! Ik besluit: “dit nooit weer”! En gooi daarmee alle vrouwelijkheid en gevoel van mij af. Het misbruik gaat door tot 12 á net 13 jaar en ik zo uitgemergeld ben, dat de soldaten mij niet meer willen en uiteindelijk de dood er op volgt. Ik kom terecht op een bult lijken na vergast te zijn en blijf rondzweven in de buurt. Mijn naam lijkt Titia te zijn, al voel ik daar niets bij tot nu toe.

Een louterend moment is wanneer ik ook huil om het feit dat er mensen zijn die zich om mij bekommeren wat een soort van blijdschapsgevoel geeft. Want ik voel mij zo alleen!

Er zijn veel dingen herkenbaar van dat leven die doorgewerkt hebben in mijn huidige leven. Vanaf mijn 10e droeg ik vooral broeken, deed veel aan sport en tot mijn 10e a 11e mocht ik geen lang haar. Dit vond ik verschrikkelijk en heeft voor veel strijd met mijn moeder gezorgd. Bovendien noemde mijn vader mij “rattenkop”. Vreselijk vond ik dat! Ik voelde mij geen meisje meer, minderwaardig!
In mijn gedrag herken ik als psychische doorwerking: mij zoveel mogelijk onzichtbaar maken, niet de aandacht trekken, niet opvallen in met name wat grotere groepen. Niet flirten met mannen, mij afstandelijk gedragen uit zelfbescherming (metro Barcelona). Daarmee zit ik meer in mannelijke energie, topsport, hard werken, daadkracht en altijd maar doorgaan, doorgaan en niet zeuren.

Als vrouw van nu ga ik naar Titia toe en vertel dat ze dood is en haar lijden voorbij is. Ik laat haar zien wat er gebeurt is en dat ik haar volgende leven ben. Ze vindt het ongelooflijk allemaal, maar snapt het en begrijpt dat ze nu mag rusten. Ze omhelst mij.
We doen een collectieve energie uitwisseling met alle mensen die daar ooit gestorven zijn. Titia blijft bij mij om in de volgende sessie weer helemaal in haar eigen kracht te komen staan.


Cliënt, 57 jaar, wil kijken naar het leven voor dit leven. Sessie 4

Deze sessie besteden we volledig aan het energiewerk dat gedaan moet worden. De doorwerkingen die ik herken in mijn huidige leven zijn o.a.: er mochten geen emoties zijn thuis, alert zijn door alles zo goed mogelijk te doen wat mij opgedragen werd, dit geeft een onveilig gevoel. Thuis, uit angst voor straf, maar ook op school, werk, enz. Niet op de voorgrond willen treden, bang om het niet goed te doen en keihard altijd mijn best doen, daardoor over mijn grenzen gaan. Veel bevestiging vragen. Geen trots voelen over mijzelf. Eenzaamheid, in mijzelf terugtrekken, verdriet, wel verbinding met mensen, maar geen hartcontact. Persoonlijke relaties. Geen lang haar mogen van mijn moeder en “rattenkop” genoemd worden door mijn vader. Allergieën, gluten, lactose door de honger.

Op de vraag waarom ik dit leven moest ervaren verschijnen er twee daderlevens in deze sessie. Het eerste daderleven is een lilliputter met heel veel administratieve macht van heel lang geleden.
Op de plek van overzicht ervaar ik dat de bedoeling van dit leven was “boete doen” en inzichten krijgen. Ik krijg een beeld van een man met een zweep, een kort wit kleed aan en een zilveren helm op. Romeinse- of Egyptische tijd. Hij slaat een rij blanke mannen met de zweep. Dit is het tweede daderleven wat ik in deze sessie tegenkwam. We doen nog het laatste energiewerk en dan zijn we klaar.


Cliënt, 55 jaar. Waarom is mijn huidige partner mijn partner?

Haar ex-partner is verbaal erg agressief, manipulatief en dreigend als hij zijn zin niet krijgt. Zijn opa zat bij de marine. Geweld zit in familielijn. Vader zat in Jappenkamp. Zij heeft hier erg veel last van. Manipulatie, dreiging en verbaal geweld.

Er komt een Samoerai en een sjamane van een paardenvolk binnen.

Samoerai Hij krijgt training van zijn vader. Wil graag goedkeuring en genegenheid, gaat daarin heel ver. Vader is hard, moeder voelt heel goed. Jongen voelt dat hij moet presteren. Gaat af en toe tegen vader in, maar wordt dan in een training letterlijk alle hoeken en gaten ingeslagen. Vader wordt gesteund door een soort geestelijke. Op zijn 22e heeft hij al heel wat bereikt en heeft een hoge rang. Dat geeft jaloezie bij anderen. De geestelijke wil dat hij een dorp uitmoordt, maar hij weigert en dan wordt er een complot gesmeed om hem te vermoorden. Een vriend en vier anderen vallen hem aan en de vriend steekt hem met een zwaard in het middenrif. (angst, boosheid). De angst is hevig tijdens het gevecht. Hij denkt tijdens zijn sterven: “vechten heeft toch geen zin”.

Op de plek van overzicht blijkt dit leven te gaan om het aflossen van karma, het ervaren om ergens goed in te zijn, geleerd om het niet iedereen naar de zin te maken. Het verlangen naar waardering en genegenheid is een valkuil, hierdoor blijft hij niet bij zichzelf. Hij durft niet te vertrouwen op zichzelf.

Doorwerking in dit leven: het iedereen naar de zin maken, niet voor zichzelf gaan staan, geen grenzen stellen, verbaal geweld en “vechten heeft geen zin”. De moordenaar blijkt haar huidige partner.

Sjamane Ze groeit op met een lieve vader en moeder. Telepathisch contact met paarden, natuur en geesten. Dochter van Sjamane. Zij wordt de opvolgster. Haar man kan het niet meer aan dat zij meer aanzien heeft dan zij en vertrekt naar zijn eigen stam. Ze voelt eenzaamheid en verdriet. Ze besluit “ik laat nooit meer een man toe en ik ben het niet waard”.

De vrouw van haar broer heeft koorts (en longontsteking) en overlijdt. Zij kan haar niet helpen. Haar broer is boos en rancuneus en zegt “ik zet het je betaalt”. Haar broer overlijdt op 50-jarige leeftijd en neemt het haar ook kwalijk dat zij hem niet kan redden. Hij zegt: je hebt mij niet kunnen helpen en mijn vrouw ook niet. Dit neemt ze mee als ze sterft, omdat ze denkt dat hij misschien wel gelijk heeft. De broer in dat leven in haar huidige partner.

Doorwerking in het huidige leven: mensen gelijk geven, niet voor jezelf gaan staan, toegeven.

De leven wordt wakker op 4-jarige leeftijd. Ze wordt vaak gepest en elke keer zegt de juf “je zult zelf ook wel iets gedaan hebben. Dit heeft tot gevolg dat ze het gelooft en denkt “ik ben het niet waard”.

Uiteindelijk de Sjamane en de Samoerai, alsmede de broer van de sjamane en de moordenaar van de Samoerai (beide haar partner) de levens laten zien. “Het is voorbij, het stopt hier”. De broer snapt dat het de tijd van zijn vrouw was en de moordenaar van de Samoerai snapt dat de moord voor niets is geweest. De partner van nu laat zijn schouders hangen. Energiewerk in zijn familiesysteem gedaan (boosheid, rancune, wraak enz.).